VOORAF



Tja, hoe schrijf je over foto’s…

Ten eerste: in je moerstaal, want er komt bij het beschouwen heel wat los waar je in je eigen taal nauwelijks woorden voor vindt, laat staan in een andere. AI vertaalt het wel in het Engels (Bij onbegrip grijp ik in. En ik ben wel zo aardig om AI af en toe wat Nederlands idioom te leren...)

Ten tweede: als je beweert dat foto’s spreken, doet me dat altijd denken aan W.F. Hermans, die - geestig als altijd - op het vaak gebezigde ‘een teken des tijds’ reageerde met: ‘Kan de tijd tekens geven?’ Hij fotografeerde trouwens ook, en niet onverdienstelijk, zoals welwillende kenners vast wel eens beweerd hebben.

Dus, met Hermans, kunnen foto’s spreken? Beter is het misschien te zeggen: foto’s spreken van hun tijd, hun oorsprong, hun techniek, hun maker/maakster, hun context, hun ontvangst soms. Maar als in een stomme film: je ziet beelden van mensen, voertuigen, straten, maar niets praat, niets geeft geluid, niets ruikt. En het ergste nog: alles staat stil! Een vertwijfelde, hopeloze situatie! De wanhoop spat er vanaf! Maar dat is mooi; dat geeft me de tijd om er lustig op los te associëren... Ik wil al dat stilstaande weer in beweging zetten, en dan vooral via mijn eigen subjectieve indrukken. Mijn povere historische kennis helpt soms een beetje mee…

Ik laat me raken, en daarover spreek ik. En graag laat ik me afleiden en begeef ik me op zijpaden, als het zo uitkomt zelfs op glad ijs. Ik heb de tijd. 

Kunst of geen kunst is nooit de vraag. De (aan)sprekende foto: bestaat die? Kan een foto spreken? Jawel, meneer Hermans, hij doet je wat, hij is raak. We gaan terugpraten. Een ‘sprekend’ portret: het lijkt. Maar op wie... Niet op die andere heer of dame, die je niks doen. Die zeggen ons niks, dus daar praten we niet tegen.

Dus mijn praten over foto’s (van amateurs en professionals gelijkelijk) is eigenlijk praten naar aanleiding van of tegen foto’s.

En de grens tussen amateurisme, wetenschap, commercie, journalistiek en autonome kunst, waar loopt die in de fotografie? (De kreet But! Is it art?!! geeft - vooral in cartoons - altijd leuk de vertwijfeling van sommigen weer...) Dr d’Auverquerque houdt zich doorgaans op de vlakte in dit soort kwesties. Ook is hij maar beperkt thuis in fotografische technieken; in uiterste nood doet hij wel een beroep op de betreffend handboeken, goed voor de datering bijvoorbeeld. Maar het boeit hem weinig. ’t Is het beeld dat hem boeit.

Het woord is aan de foto’s.

***

Well, how do you write about photographs…

First: in your native language, because when you look at them, all sorts of things come to mind that you’d struggle to put into words even in your own tongue, let alone another. AI can translate it into English for you (I’ll step in if things get lost in translation. And I am not unwilling to teach AI some Dutch idiomatic expressions now and then).

Second: whenever someone claims that photographs speak, it always reminds me of Dutch author W.F. Hermans, who — with his usual sharp wit — responded to the often-used phrase “a sign of the times” with: “Can time give signs?” He was a photographer himself, and by all accounts, not without merits —as well-disposed experts might have put it.

So, with Hermans in mind: “Can photographs speak?” Maybe it’s better to say: photographs speak of their time, their origin, their technique, their maker, their context, sometimes even their reception. But like in a silent film: you see people, vehicles, streets, yet nothing speaks, nothing makes a sound, nothing smells. And worst of all: everything is frozen still! A desperate, hopeless situation! The despair leaps out at you! But that’s beautiful; it gives me time to merrily free-associate… I want to set all that stillness in motion again, especially through my own subjective impressions. My poor historical knowledge sometimes helps a little...

I let myself be moved, and then I speak about it. And I gladly let myself be distracted, wandering down side paths. I have time, plenty of it…

The question of whether it’s art or not never arises. The speaking photograph: does it exist? Can a photograph speak? Yes, Mr. Hermans, it does something to you, it hits the mark. We’ll talk back. A “speaking” portrait: a striking resemblance. However, some gentleman or lady wont appeal to us. They say nothing to us, so we don’t talk back.

So my talking about photographs (by amateurs and professionals alike) is really talking prompted by or to photographs.

And where does the line lie in photography between amateurism, science, commerce, journalism, and autonomous art? (The cry “But is it art?!” — in cartoons — always delightfully captures the bewilderment of some…) Dr. d’Auverquerque usually stays neutral on such matters. He’s also only vaguely familiar with photographic techniques; in dire need, he might consult a manual—useful for dating a photo, for example. But it doesn’t interest him much. It’s the image that fascinates him.

The floor is yours, photographs.

LEVEN? OF THEATER? / Life? Or theatre?

Bezoekuur, een zieke in bed, bezoek van (zijn?) vrouw en (hun?) dochtertje. Ze hebben een bloemetje meegebracht... Meisje vindt het maar eng allemaal... Man zoekt over het been van het meisje heen de hand van de vrouw. Meisje en vrouw houden de hoed op; ze zullen snel weer vertrekken; de patiënt is nog heel zwak, zie ook de lichtelijk bezorgde blik van de met medicijnflesje naderende verpleegster... Hoogste tijd voor uw drankje, meneer Vellekoop...

 

Zien we hier een uit het leven gegrepen tafereel, of een scene uit een amateurtoneelstuk? Het albumblad waar deze foto vanaf is gescheurd, zoals de achterkant laat zien, had misschien een onderschrift met datum van de uitvoering, naam toneelvereniging etc. Of heeft er integendeel gestaan Pa in het ziekenhuis, zomer 1929? De verkoper van de foto zou hoe dan ook schijt hebben aan dit soort context... Ik neig naar een toneelstuk, maar ik geloof sterk in de verpleegster, zo’n lieve gestalte, hoe ze nadert, hoe ze nog even wacht, dat kun je haast niet spelen... 

En dan ook, die toneelluitjes, hadden die er nou echt aan gedacht een extra wollen deken voor de nacht over het voeteneind van het bed te hangen? Zo slordig gedrapeerd? Nee, dan is het eerder een echt ziekenhuisbed - hoewel die in het echte leven toch meestal witgeschilderd waren! En wie laat er nou een half-stervende vent in een blijspel optreden? En dat al te huiselijke bloemschilderijtje is toch een beetje verdacht. Of alles moest zich afspelen in een inrichting voor langdurig zieken...

Visiting hours: a patient in bed, visited by (his?) wife and (their?) little daughter. They’ve brought a small bouquet of flowers... The girl finds it all rather frightening... The man reaches over the girl’s leg to hold the woman’s hand. Both the girl and the woman keep their hats on; they’ll be leaving again soon; the patient is still very weak — note also the slightly concerned look of the nurse approaching with a medicine bottle... Time for your medicine, Mr. Vellekoop...

Are we looking at a slice of real life here, or at a scene from an amateur play? The album page this photo was torn from — judging by the back — might have had a caption with the performance date, the name of the theater group, and so on. Or did it say instead, “Dad in the hospital, summer 1929”? The seller of the photo would give a shit anyway about any context... I lean toward the scene being a play, but I have a strong believe in the nurse, such a kind figure — the way she approaches, the way she pauses for just a moment, that’s almost impossible to act...  

And besides, those theater folks: would they really have thought to drape an extra wool blanket over the foot of the bed for the night? So carelessly arranged? No, that makes me think it’s more likely a real hospital bed — though in real life, weren’t those usually painted white? And who puts a half-dying guy in a comedy, anyway? And that all too homely little flower painting is a bit suspicious. Unless everything is supposed to be taking place in a long-term care facility...

KAN NIET MEER





Klik op de fotos om te vergroten = Click images to enlarge

Bij het zien van deze foto’s is mijn eerste gedachte: dit kan echt niet meer. Taferelen uit de jaren 1940, ’50, wie zal het zeggen...  Er werd nog met paarden gewerkt. ’t Zijn eenvoudige afdrukken van 6x9 negatieven. In een familie-album beland, want ja, het bedrijf in vol bedrijf hoort er bij; Pa staat erop, en heel op de achtergrond Opa met z’n sigaretje... Ja, die tweede gast is je Oom Henk, die kwam ook altijd helpen als er gespoten moest worden. Heb jij die foto’s gemaakt, Ma? Ben je gek, ik weet niet meer wie, ik keek wel uit, je kreeg die DDT of wat het was zó in je gezicht als je niet uitkeek. Of als ze grapjes wilden maken, je kwam niet op tijd weg, hoor... Jij ook nog wat, Bep? grijnsden ze dan...

Gelukkig hebben we tegenwoordig biologische fruittelers (appels en peren) als William Pouw uit Schalkwijk (gemeente Houten). In het Ekoplaza magazine Lekker Weten (herfst 2024) vertelt hij hoe zijn vader vroeger hielp bij een kersenboomgaard in de buurt waar flink met gif werd gespoten. William hoorde zo de verhalen waar Vader mee thuiskwam. Dat de regenwormen omhoogkropen om op het gras dood te gaan. Dat de mensen die achter de spuitmachine liepen het benauwd kregen en dat hun ogen prikten. Pouw: Mijn vader realiseerde zich toen al: moeten wij dan dat fruit eten?


When I see these photos, my first thought is: this really can’t be right anymore. Scenes from the 1940s or ’50s — who knows? They were still working with horses back then. These are simple prints from 6x9 negatives. They ended up in a family album, of course, because the business in full swing was part of the story — Dad’s in the picture, and way in the background, there’s Grandpa with his cigarette... Oh, that second guy? That’s your Uncle Henk. He always came to help when they had to spray. Did you take these photos, Mom? Are you crazy? I don’t even remember who did. You had to keep your distance, or you’d get that DDT — or whatever it was — right in your face. And if they were fooling around, you wouldn’t get away in time, you know... "Want some too, Bep?" they’d grin and say…

Thankfully, today we have organic fruit growers like William Pouw from Schalkwijk (in the municipality of Houten). In the Ekoplaza magazine Lekker Weten (Autumn 2024), he shares how his father used to help at a nearby cherry orchard where they sprayed heavily with pesticides. William grew up hearing the stories his father brought home — how earthworms would crawl to the surface to die on the grass, how the people walking behind the sprayer would struggle to breathe and their eyes would sting. Pouw says: My father realized even then: are we supposed to eat that fruit?


LA DAUPHINE

Het grappige van deze foto is dat de jongen vooraan de show steelt, en niet het glanzende nieuwe model van Renault, de elegante opvolger van de blokkendozerige Renault4. De auto is pontificaal dicht bij het strand geplaatst, op een soort promenade langs een hotelachtig gebouw, en, zoals een dauphine toekomt, op een verhoging. Zo'n verhoging voorkomt mooi dat er door nieuwsgierige zomergasten aan het voertuig gemorreld wordt. De auto opgevat en gepresenteerd als glanzend kunstwerk, objet d’art van klasse... Begerenswaardig - en met de toenemende welvaart niet langer onbereikbaar...


De jongen ziet eruit alsof hij niet erg geïnteresseerd is in auto’s maar meer zijn gedachten heeft bij de stok of steel die hij in z’n handen houdt. Is er een schepje vanaf gevallen? Of is het zomaar een stok. Ook lijkt hij in een poserende houding te zijn gedirigeerd door de fotograaf (ik vermoed zijn moeder; een strandfotograaf zal zijn negatieven uiteindelijk weggooien)... Mooi in het midden, goed hoor, hij vindt het allemaal best... Hij heeft ook de ijsverkoper al zien staan natuurlijk, de ijssalon kan niet ver zijn...

De toeschouwers in badjas hebben hoog vanuit hun raam alles gezien. Hebben alles zien bewegen, langs zien komen. Ons rest de rust van de still.

De Renault Dauphine werd uitgebracht in maart 1956, waarmee deze foto zo ongeveer gedateerd is. 
Digitale omzetting in positief van oorspronkelijk 6x6-negatief uit Frankrijk.


The funny thing about this photo is that the boy in the foreground steals the show, not the gleaming new Renault model — the elegant successor to the boxy Renault 4. The car is placed ceremoniously close to the beach, on a kind of promenade beside a hotel-like building, and, as befits a Dauphine, on a raised platform. Such a platform neatly prevents curious summer guests from tampering with the vehicle. The car is conceived and presented as a gleaming work of art, a objet d’art of class... Desirable — and with rising prosperity, no longer unattainable.

The boy, however, looks as if he isn’t particularly interested in cars but is more preoccupied with the stick or rod he’s holding in his hands. Did a shovel fall off it? Or is it just a stick? He also seems to have been directed into a posing stance by the photographer (I suspect his mother; a beach photographer would eventually throw away their negatives). Centered nicely, well done—he doesn’t mind it all. Of course, he’s also spotted the ice cream vendor; the ice cream parlor can’t be far...

The onlookers in bathrobes have seen everything from high up in their window. They’ve watched it all move by, pass through. All that remains for us is the quiet 'stillThe funny thing about this photo is that the boy in the foreground steals the show, not the gleaming new Renault model—the elegant successor to the boxy Renault 4. The car is placed ceremoniously close to the beach, on a kind of promenade beside a hotel-like building, and, as befits a Dauphine, on a raised platform. Such a platform neatly prevents curious summer guests from tampering with the vehicle. The car is conceived and presented as a gleaming work of art, a objet d’art of class... Desirable—and with rising prosperity, no longer unattainable.

The boy, however, looks as if he isn’t particularly interested in cars but is more preoccupied with the stick or rod he’s holding in his hands. Did a shovel fall off it? Or is it just a stick? He also seems to have been directed into a posing stance by the photographer (I suspect his mother; a beach photographer would eventually throw away their negatives). Centered nicely, well done—he doesn’t mind it all. Of course, he’s also spotted the ice cream vendor; the ice cream parlor can’t be far...

The onlookers in bathrobes have seen everything from high up in their window. They’ve watched it all move by, pass through. All that remains for us is the quiet still.

The Renault Dauphine was released in March 1956, which roughly dates this photo.
Digital conversion to positive from an original 6x6 negative from France.

EEN TEVREDEN ROKER IS GEEN ONRUSTSTOKER or: Put that in your pipe and smoke it, guys!

Die bij het kruisje ben ik, die rechts van mij, voor jou links, is m’n vader, hij heeft precies zo’n pijp als ik. Die andere is m’n broer maar die doet alsof, in zijn hand houdt hij een sigaret verstopt. Geen pijproker. Hij houdt z’n mond echt niet goed hoor, het ziet eruit alsof hij zuigt, maar dat klopt niet, veel te hard, zo doen wij pijprokers dat niet... 

Wat de buren ervan vinden achter de ligusterheg? Als ze klachten hebben gaan ze maar ergens anders zitten... Zelf altijd tuinafval verbranden in oude olievaten - hou dán je deuren en ramen maar dicht...

The one at the cross, that’s me. The man to my right—on your left—is my father; he’s got the exact same pipe as I do. The other one is my brother, but he’s just pretending. He’s hiding a cigarette in his hand. Not a pipe smoker. And he doesn’t even hold his mouth right, you know—it looks like he’s sucking, but that’s not how it’s done. Way too hard. We pipe smokers don’t do it like that...

As for what the neighbors think behind the privet hedge? If they’ve got complaints, they can go sit somewhere else... Always burning garden waste in old oil drums themselves, we simply have to keep our doors and windows shut...

***

Jong geleerd is oud gedaan, en ik ga later bij de marine, al moest ik m’n matrozenmuts afdoen voor de foto, ik weet ook niet waarom, maar die staat er lekker toch nog half op... Wel een beetje eng, zo hoog op de tafel, maar ach, voor de keizer doe je alles... 

Early learned is long retained, and I’ll join the navy later—even if I had to take off my sailor’s cap for the photo, though I don’t know why; it’s still sitting there nicely, half on... It is a bit scary, standing so high on the table, but oh well, for the Kaiser, you’d do anything..."

***


Staat goed toch, zo’n pijp? Daar kan je niet omheen, om zo’n pijp en profil, monsieur Hulot maakte er later furore mee... De hemdsmouwen worden opgehouden door... ja, mouwophouders! Rotting erbij, uit de kluiten gewassen pet, vlinderdasje, brutaal gestreept overhemd, lichte schoenen, donkere bril... Je werd al gauw voor een dandy uitgemaakt. Of kwibus. Trots op de foto gegaan.  

Foto 1 en 3: Anonieme fotografen, Denemarken, ongedateerd (jaren 1920), uit familie-albums.
Foto 2: Carte-de-visite door J.C. Schaarwachter, Berlijn, na 1889.

Doesn’t it look good with a pipe like that? You can’t ignore it — a pipe in profile; monsieur Hulot later made a splash with it... The shirt sleeves are held up by... well, sleeve holders! Just add a cane, an oversized cap, a bow tie, a boldly striped shirt, light shoes, dark glasses... You’d soon be mistaken for a dandy. Or a fop. Proudly posed for the photo.

Photo 1 and 3: Anonymous photographers, Denmark, undated (1920s), from family albums.
Photo 2: Carte-de-visite by J.C. Schaarwachter, Berlin, after 1889.

’t IS WEER VOORBIJ DIE MOOIE ZOMER


Ook al is de foto afgedrukt op stevig Merkur fotopapir (ansichtkaartenkwaliteit met adresstippellijntjesopdruk), hij krult aan de randen nog van zomervreugde en danst losjes op het fotoalbumblad... Maar stevig staan de voeten van het polkadotmeisje en al haar vrienden en vriendinnen in het zand geplant voor een foto door de fotograaf onder het stel, die weer eens een originele opstelling bedacht heeft, als gold het een aflevering van het ochtendgymnastiekprogramma Denemarken in beweging; de benen iets uit elkaar, voeten naar voren... Zijn we d’r klaar voor? Krijg nou wat, draagt ze hoge hakken? Klik! 
 
klik voor cox


***

Even though the photo is printed on sturdy Merkur fotopapir (postcard quality with address dotted lines print), it still curls of pure summer joy at the edges and dances loosely on the photo album sheet... But firmly the feet of the polkadot girl and all her friends are planted in the sand for a photo by the photographer among the gang, who has once again come up with an original setup, as if it were an episode of the morning gym program Denmark on the move; the legs slightly apart, feet forward... Are we ready for it? Holy mackerel, is she wearing high heels? Click!

Vertaling gebaseerd op Lingvanex; behoorlijk goed maar een aantal ernstige misinterpretaties zijn gecorrigeerd door de auteur.

DE JONGENS DIE WE WAREN / The boys we were

Nostalgie, wat u zegt. U klinkt verwijtend, maar nostalgie is de enige manier om iets te ervaren van de tijd in zijn volledige omvang. - Benno Barnard

Wat niet terugkeert blijft. - John B. Vorenkamp 


De jongens die we waren, die komen nooit terug. Dat is een ding dat zeker is. Zou je zeggen. Maar is dat wel zo? Is er niet eerder sprake van een continuüm, dragen we ze niet altijd met ons mee? Dan is het een goed ding naar ze terug te kijken, om dat eens scherper te krijgen... Via oude foto’s (meestal van anderen) lukt dat soms verrassend goed.

The boys we were are never coming back. That's one thing for sure. Youd say. But is that really the case? Isnt it rather a continuum, don't we always carry them with us? Then it's a good thing to look back at them to get that sharper... This sometimes works surprisingly well via old photos (usually from others).


In deze bokkige jongen bijvoorbeeld, herkende ik mezelf onmiddellijk. In zijn favoriete hangstoel. Gestoord in zijn mijmeringen... Deze jongen trekt zich graag terug, om te dagdromen. Zijn moeder overvalt hem met haar agfa-boxje, dat ze mee naar buiten neemt zodra het eerste lentezonnetje de aarde komt verwarmen, op zoek naar ‘een motief voor haar foto’... Ze heeft ontwikkelen en afdrukken geleerd in de doka van een collega van haar vader, namelijk diens voorganger als predikant in het dorpje S. in Friesland; ze reisde er helemaal voor naar de pastorie in het verre, nog minusculere Stichtse dorpje B. (Wat speelt er zich niet allemaal af in zo’n donkere kamer; mijn moeder had altijd veel aanbidders. Maar de mortuis nil nisi bene...

In this lanky boy, for example, I immediately recognized myself. In his favorite hanging chair. Disturbed in his daydreams... This boy likes to withdraw, to let his mind wander. His mother surprises him with her Agfa box camera, which she takes outside as soon as the first spring sun warms the earth, in search of “a motif for her photo”... She learned to develop and print in the darkroom of a colleague of her father’s—namely, his predecessor as the minister in the small Frisian village of S.; she even traveled all the way to the parsonage in the distant, even tinier Utrecht village of B. (What doesn’t go on in such a darkroom; my mother always had many admirers. But de mortuis nil nisi bene...)


Ze was ook een meester in het inkleuren van foto’s, met potloden uit een uitgebreide cassette van Faber-Castell… Beatrix als hummel te paard bijvoorbeeld, op een foto door Prins Bernhard, ‘welwillend afgestaan uitsluitend ten behoeve van het Algemeen Steuncomité 1939.’ Of het inkleuren ook in 1939 plaatsvond (ze was toen 21), blijft ongewis. Maar zeker is dat ze het in 1952 nog steeds deed, getuige een foto die ik vanwege het privékarakter hier niet laat zien. Let op de eend aan tafel - om te gíllen (zou mijn moeder zeggen). Maar dit alles terzijde. Zelfs mijn verzamelzucht van oude foto’s heeft hier waarschijnlijk allemaal niks mee te maken.

She was also a master at hand-coloring photographs, using pencils from an extensive Faber-Castell set... For example, Beatrix as a toddler on horseback, in a photo taken by Prince Bernhard, “kindly provided exclusively for the benefit of the General Support Committee 1939.” Whether the coloring took place in 1939 (she was 21 at the time) remains uncertain. But it’s certain that she was still doing it in 1952, as evidenced by a photo I won’t show here due to its private nature. Note the duck at the table—hilarious, my mother would say. But all of this is beside the point. Even my own passion for collecting old photos probably has nothing to do with any of this.


De jongens die we waren (leeftijd 6-12) hadden op de lagere school een beste vriend, met wie we na schooltijd speelden, bij wie we dagelijks over de vloer kwamen, waar we zagen en roken dat er steevast in het keukentje gewokt werd door de moeder. Pas veel later kwam ik erachter dat de wolkig geëmailleerde wok een wadjang heette, zij was Indisch, de vader een Engelsman uit Newcastle, waar mijn vriendje geboren was, vooral dat laatste een feit om nooit te vergeten. De vader bezat een Citroën traction-avant waarin ik weleens heb mogen meerijden (er werd meestentijds aan gesleuteld). Hij noemde me oeWimmy, met een Engelse w.

The boys we were (age 6–12) had a best friend at primary school—someone we played with after school, someone whose home we visited daily, where we saw and smelled the constant sizzling in the tiny kitchen as his mother cooked. Only much later did I learn that the cloudy enameled wok was called a wadjang; she was from the Dutch East Indies, his father an Englishman from Newcastle, where my friend had been born—especially the latter a fact simply impossible to forget. His father owned a Citroën Traction Avant, in which I was occasionally allowed to ride (though it was usually being tinkered with). He called me "ooWimmy," with an English w.

We stonden bekend als het koppel Leslie en Wim. Zet u ze maar naast elkaar, zei mijn moeder op de eerste schooldag tegen de onderwijzeres, ze kennen elkaar van de kleuterschool (i.c. de Fröbelschool der Evangelische Broedergemeente, waar ik het in al zijn eenvoud ontroerende lied ‘De Heer is mijn herder’ heb mogen leren zingen. Het zou kunnen dat de wondermooie melodieën van de Deense liederenschat mij later daarom zo raakten.)

We were known as the pair Leslie and Wim. "Just put them next to each other,” my mother told the teacher on the first day of school, "they know each other from kindergarten" (i.c. the Fröbel School of the Moravian Brethren, where I had the simple yet deeply moving opportunity to learn to sing the hymn The Lord Is My Shepherd. It might be why the exquisitely beautiful melodies of the Danish song treasury touched me so profoundly later in life).



Maar het meest blijft bij: de aangename ernst van het spel, de dingen die we bedachten en uitvoerden. Ernst of spel, niks zei het ons… Nog altijd voel ik bij bovenstaande foto, nota bene uit 1927, ver voor mijn tijd, het samenspannen, het improviseren, het ‘vergeten’ van de tijd (die bestond sowieso niet). Het bedenken, uitvoeren en evalueren van ‘projecten’ verliep simultaan, mislukkingen gingen gepaard met een vrolijke lach, bij beiden; ik luchtig (‘Wat een onzin ook…’), hij hernam zich sneller en was alweer serieus op zoek naar een oplossing. Wat mij dan weer lichtelijk irriteerde…

But what stays with me most is the pleasant seriousness of our playing, the things we dreamed up and carried out. Seriousness or play—it never mattered to us. Even now, when I look at the photo above—from 1927, long before my time—I still feel the collaboration, the improvisation, the ‘forgetting’ of time (which didn’t really exist anyway). The conceiving, executing, and evaluating of ‘projects’ all happened simultaneously. Failures were met with a cheerful laugh from both of us: I’d dismiss it lightly (What nonsense anyway...), while he’d quickly regain his composure and seriously search for a solution. Which, in turn, would mildly irritate me...


En waar blijven de meisjes… Geen enkele rol speelden ze… Tot Leslie’s Australische nichtje overkwam en ik bevangen werd door een vaag gevoel van… ja, waarvan, daar vind ik nu pas een naam voor, toen was het onbestemd, maar het was pure jaloezie op de vertrouwelijkheid tussen die twee. Ja, kunst! Hij sprak Engels met haar; flink buitengesloten voelde ik me. En ik vond haar nog wel zo ontzettend leuk. Bedwelmend lief, nog ruik ik haar ravenzwarte haar… Bij wijze van spreken dan; ik herínner mij dat ik haar rook. Maar die geur komt nooit terug.

And where were the girls...? They played no part at all... Until Leslie’s Australian cousin arrived, and I was overcome by a vague feeling of... yes, only now do I find the word for it—back then, it was undefined, but it was pure jealousy over the intimacy between the two of them. No wonder! He spoke English with her; I felt thoroughly excluded. And yet, I found her incredibly charming. Enchantingly sweet—I can still smell her raven-black hair... In a manner of speaking, that is; I remember smelling it. But that scent will never return.


Nog een Hermann, 8 Jahre alt. Ergens in Duitsland, 1935. Ik herkende Hermann, ik had het kunnen zijn, in die korte broek, in die volgens ouderwetse inzichten aangelegde tuin, gewillig maar wezenloos poserend, de gedachte 'Waar ben ik eigenlijk beland' is niet ver meer...

Another Hermann, 8 years old. Somewhere in Germany, 1935. I recognized Hermann—I could have been him, in those short pants, in that garden laid out according to old-fashioned principles, posing willingly but absentmindedly, the thought Where on earth have I ended up? not far away...

EEN VISSERMANSVRIEND / A fisherman's friend

Vissers of een vissersfamilie (vader en zoons?) in de haven van het voormalige eiland Marken, aan de voormalige Zuiderzee. Prentbriefkaart, uiterlijk 1905, uitgegeven door Jos. Nuss & Co, Haarlem. Bijzonder mooie afdruk, vraag me niet naar de techniek, op half-mat papier, op de achterkant staat nog de aanduiding Bromo Novum.

Gewillig poserende groep, uit het leven gegrepen, in tegenstelling tot veel geënsceneerde kaarten vol pittoreske vissersdorpenromantiek die we ook veel zien. Als kattenvriend viel ik ook voor deze foto vanwege de kat. Die werd natuurlijk altijd verwend met vis en visafval, maar hij lijkt ook een speciale band te hebben met een van de jongens. Kat is blij dat zijn baasje weer behouden weerom is. Heel erg op zijn gemak, lijkt die kat; hij zou eigenlijk, net als Vader, wel een pijpje op willen steken. De jongen met de kat heeft nog gauw even zijn mooiste paar klompen opgehaald…

Opmerkelijk: de jongen in het midden draagt als enige geen klompen en lijkt meer op z'n zondags gekleed; zeker de schoenen zijn niet geschikt voor een glibberig scheepsdek. Hij zit in hemdsmouwen; een afgedragen vissermans-werkjasje hoort hoe dan ook niet bij de zondagsdracht… Wat voor apparaat houdt hij vast?

NB: Later kwam ik in het bezit van een afdruk van deze foto met op de achterkant de namen van de afgebeelde personen.. 

Fishermen or a fisherman's family (father and sons?) in the harbor of the former island of Marken, on the former Zuiderzee. Postcard, dated no later than 1905, published by Jos. Nuss & Co, Haarlem. A particularly beautiful print—don’t ask me about the technique—on semi-matte paper, with the designation Bromo Novum still visible on the back.

A willing group posing naturally, captured from real life, unlike many staged cards filled with picturesque fishing village romanticism that we often see. As a cat lover, I was also drawn to this photo because of the cat. Of course, he was always spoiled with fish and scraps, but he seems to have a special bond with one of the boys. The cat is happy that his little master has returned safely. He looks very much at ease—so much so that, like Father, he might even fancy lighting up a pipe. The boy with the cat quickly fetched his finest pair of clogs…

Notably, the boy in the middle is the only one not wearing clogs and appears to be dressed in his Sunday best; his shoes certainly aren’t suitable for a slippery ship’s deck. He’s in his shirtsleeves—though a worn fisherman’s work jacket wouldn’t exactly fit Sunday attire… What kind of device is he holding?

NB: Later, I came into possession of a print of this photo with the names of the depicted individuals written on the back.

MEISJE OP STOEL IN ZONNIGE KAMER MET LUIKEN


Wat is er zo bijzonder aan deze foto? Hij wijkt in meerdere opzichten af van wat de professionele fotografen in deze tijd (ruwweg derde kwart 19e, begin 20e eeuw) deden. Ten eerste valt op dat de afdruk niet zodanig is bijgesneden dat hij past binnen de voorgedrukte rode omlijsting op het fotokartonnetje (maat: carte de visite). Ten tweede is er sprake van een rommelige achtergrond; een fotostudio werkte met geschilderde achtergronden op doek (de buitenlucht of deftige interieurs voorstellend), en strak opgestelde rekwisieten (stoelen, fauteuils, tafeltjes, étagères, tuinbankjes). Men werd geposteerd, meestal frontaal.

Hier niets van dit alles; de fotograaf is een goede bekende met fotografie als (dure) hobby, en de huisgenote (of echtgenote, dochter, nicht, kennis) is voor even zijn/haar gewillige model. De fotograaf is binnenshuis gaan fotograferen met het beschikbare licht van de hoge ramen, dat gedempt wordt door de luiken. Zijn model voor even, zei ik, maar een foto maken was in die dagen een omslachtige affaire, het nam wel eventjes tijd. 

Te laat zag hij dat de boel wat scheef lijkt te staan, iets wat nu juist voor mij weer bijdraagt aan de levensechtheid van dit tafereel... Ook de nonchalant vallende gordijnen en de ruimte als geheel spelen hun rol in de levendigheid en de intimiteit van het geheel. Het licht speelt, is beweeglijk...

Bespeuren we een zekere tegenzin bij het model? Ongeduld? Ze zit er wat dwars bij... Maar ze houdt lief vol... Voor haar vriend des huizes, neef, vader, buurman, verloofde. 

Goeiemiddag, wat een zalige, spannende foto vergeleken met al die gesteven portretten door de commerciële portraitfotografen. De meeste dan. Er zijn er natuurlijk ook die deze twee opvattingen combineerden. Niet veel, maar ze waren er.

***

What is so special about this photo? It deviates in several ways from the contemporary professional photographers (roughly third quarter 19th, early 20th century). First, it is noticeable that the print is not cropped to fit within the pre-printed red frame on the photo cardboard card (size: carte de visite). Secondly, there is a messy background; a photo studio would work with painted backgrounds on canvas (representing the outdoors or genteel interiors), and rigidly arranged props (chairs, armchairs, tables, étagères, garden benches). The clients were posted.

None of this here; the photographer is a good acquaintance, with photography as a (expensive) hobby, and the housemate (or wife, daughter, niece, acquaintance) is his/her willing model for a while. The photographer started photographing indoors with the available light from the high windows, which is muffled by the shutters. His model for a while, I said, but taking a picture was a cumbersome affair in those days, it took a while.

Too late he saw that things seem to be a bit skewed, something that in my opinion contributes to the vividness of this scene... The nonchalantly falling curtains and the space as a whole also play their role in the vibrancy and intimacy of the whole. The light plays, is agile…

Do we detect a certain reluctance on the part of the model? Impatience? She looks a bit unwilling... But she persists sweetly... For her friend of the house, cousin, uncle, father, neighbor, fiancé.

My goodness, what a blissful, exciting photo compared to all those starched portraits by the commercial portrait photographers. By most of them. There are of course also those who combined these two views. Not too many, but still.

Translation based on Lingvanex.

EMIL VAN DE HAZELHOEVE

Wat zeg je me nou, heb jij een foto van de hele familie op de Hazelhoeve? (Emil werd in de Nederlandse boeken Michiel van de Hazelhoeve genoemd maar bij Astrid Lindgren heet hij Emil i Lönneberga, en in de Nederlands-gesproken films is men ook teruggekeerd naar Emil. Maar onze groepsfoto is in elk geval uit die tijd en sociale omgeving.)


Een boerenfamilie als op de foto uit Zweden, periode 1900-1920 schat ik zo, omvat in die tijd niet alleen ouders en kinderen maar ook grootouders, meid(en) en knecht(en), en dan zijn er in de oogsttijd ook nog extra dagloners ingehuurd; we zien ze met hun werktuigen, een staat er zelfs zogenaamd zijn zeis te wetten… Die eindeloos lange houten tafels, zoals je ze ook ziet in de En eeuwig zingen de bossen-films (Het geslacht Bjørndal), die waren er niet voor niks. Allemaal meeëten… Zware tijden, drukke tijden, gezellige tijden…

GOLDEN HOURS


Weldra is het 93 jaar geleden dat Agnes een foto-album cadeau kreeg, voor haar verjaardag of een ander heuglijk feit. Ze plakte er fluks (mét fotohoekjes) een zelfverzekerd portret van zichzelf in. Dubbel zelfverzekerd, want haar schaduw staat er ook op…

EEN RUSTMOMENTJE


A moment of rest klinkt me eigenlijk beter in de oren bij deze tijdloze, ongedateerde Duitse amateurfoto. Frühlingsruhe. We identificeren ons graag met de rustende wandelaar onder de net uitgelopen boom… Zijn donkere silhouet geeft geen details prijs, dat maakt hem universeel… Ook de egaal-grijze lucht straalt niets schokkends uit… niets dan rust en stilte. Helemaal mijn weer.

OVER FOTOHOEKJES GESPROKEN…


Een willekeurig voorbeeld… Aangetroffen in de erfenis van een fervente amateurfotograaf, misschien jaren 1920. Gegomd, dus even bevochtigen en plakken maar. Fotohoekjes in zelfklevende versie zijn tot op de dag van vandaag verkrijgbaar, bijv. bij de HEMA.

AIN’T SHE SWEET, MY HUNGARIAN PRINCESS


Ain’t she sweet, my Hungarian princess, ze móet op de foto, zoals ze daar tegenover me zit met haar kingsize sigaret, haar gelakte nagels en haar lieve sportmotieven-bloesje... Lekker roken, zeiden we dan tegen elkaar... Gelukkig wordt het zonlicht op haar gezicht getemperd door de bomen waar ze nét nog onder zit... De witte boord van die vent een paar tafeltjes achter haar, die zie ik eigenlijk nu pas, op de afdruk. Of wat kan het schelen, z’n kop staat er gelukkig verder niet op... Beknippen ging niet... Doordrukken al helemaáál niet aan gedacht, bevangen als ik was door dit beeld van háár dat opdoemde... En zij, m’n Hungarian princess, heeft ’m gewoon in haar album geplakt, zonder hoekjes of wat...

Uit een album gescheurde amateurfoto, anoniem. Hongarije, periode 1970-89. Formaat 6,5 x 9,5 cm.

GÉÉN KOOKEILAND

 

Voorwaar een interieurfoto zoals je ze zelden ziet... Een eenvoudige keuken met houten keukenkastjes boven en onder, en rechts een houtgestookt fornuis, wijselijk van het aanrecht gescheiden door een laag stenen muurtje, waarop een petroleumstel met koffieketel (zo te zien van koper). Voor kookeilanden was eenvoudig geen plaats! Zelfs het aanrecht lijkt niet verder naar links door te lopen, het lijkt of daar een raam zit, het licht valt in elk geval naar binnen, mooi op het gezicht van het jongere meisje. Ze wast een bord af in een geëmailleerd teiltje. Tegen de achterwand meen ik daar een emaillen plaat gemonteerd te zien tegen het spatten. En loopt daar links een waterleiding? 

De kokkin of het keukenmeisje (of is het de vrouw des huizes met keukenschort voor) roert in een beslagkom (van dik aardewerk; plastic bestond niet). Krijgen we pannekoeken? De vrouw vooraan staat onscherp in beeld, het meisje ook, maar iets minder, en het achterste plan is scherp. Werkt eigenlijk onbedoeld goed, we ervaren diepte!

Al met al een eenvoudige keuken, maar men was wel zo welgesteld, dan wel geïnteresseerd, dat er iemand een foto kwam maken van dit huiselijk-culinaire tafereeltje. Opplakken op een fraaie panel card was ook de moeite waard… Werden de andere kamers ook bezocht? Verloren gegaan!

Zweden, rond 1900. Bijgeschreven titel: De keuken. Beeldformaat, zonder omlijstingen en passe- partout: 8x10 cm.

TIP TAP TOP, DE DATUM STAAT EROP


Dat is nog eens een leuk geënsceneerde schoolfoto van een zus en een broertje (met naam bekend.) Dat deden ze toch met fantasie; gewoon een kleine carte-de-visite-foto, maar om ín te lijsten... (Reflecties in het glas door mij...)   

OSCAR WILDE LUCHTDICHT VERPAKT

Oscar Wilde (1854-1900), de roemruchte Ierse schrijver, wie kent hem niet... Maar dat zijn fotografisch conterfeitsel ooit in een Nederlandse kringloopwinkel zou belanden, wie had dat kunnen denken. Vanuit een stevige glazen presse-papier grijnsde hij me aan... Ja, ik begreep zijn blik: red me uit deze gribus, ik lig hier dan wel vacuümverpakt, maar ’t is me toch een gruwel hier; alles valt te overleven tegenwoordig, behalve een kringloopwinkel, zeg ik altijd maar...

De in de presse-papier (ø 7 cm) gebruikte afbeelding blijkt een detail uit een foto uit 1885, gemaakt in New York, door fotograaf Napoleon Sarony (1821-1896), in het bezit van de Library of Congress, Washington DC. Het is een foto van maar liefst 33x19 cm (de gehele kaart). Zo’n kartonnen kaart waarop foto-afdrukken werden geplakt (zoals een carte-de-visite-foto of een kabinetfoto) heet in de VS trouwens een panel card, ontdekte ik daarbij ook nog. Weer wat geleerd. 

EEN IJDELTUIT?

Gezien de prijzen was een bezoek aan de photographe/photograaf voor een portret op kabinet- dan wel carte-de-visite-formaat niet iets wat je dagelijks deed. Het was sowieso iets voor de gegoede burgerij en de beter gesitueerden.

Dat is eigenlijk alles wat er over deze geportretteerde te zeggen valt: hij kon het zich veroorloven meerdere portretten te laten maken, bij verschillende fotografen, en op verschillende tijdstippen. De twee opnames door Offenberg (‘photographe’) verschillen maar heel weinig, alleen in blik en kostuum. Een naam ontbreekt. Wie was hij? Een man met een zachte, vriendelijke uitstraling. Een acteur? Een schrijver? Schilder? Wie het weet mag het zeggen... Ik heb in ieder geval willen voorkomen dat zijn drie beeltenissen naar alle windrichtingen verspreid zouden raken (ze werden los te koop aangeboden).


Prominent op de voorkant van de kaart: Portrait Album. Let op, geheel volgens de tijdgeest ging alles bij studio Offenberg in het Frans, dus portrait album betekent niet portrettenalbum (dan zou het Engels zijn) maar albumportret...


Op de cdv door Oppers uit de Kalverstraat (Offenberg zat in de Damstraat) lijkt onze man iets ouder geworden; de haargrens is iets verder teruggeweken... Opvallend onzekerder is zijn blik, half van ons afgewend, de mond staat iets open. Toeval of pose? Ik zou wel eens willen weten wie hij was...




Kabinetfoto: circa 10x16 cm, blanco achterkant. Cdvs: circa 6x10 cm. De op de achterkant van de Offenberg-cdv genoemde koningin was Sophie van Württemberg, koningin der Nederlanden van 1849 tot haar dood in 1877; Oppers heeft Willem III onder zijn clientèle, hij was koning der Nederlanden van 1849 tot zijn dood in 1890.   

EEN VRIENDENGROEP ANNO 1900

De spontaniteit van de jongens op een kar ontbreekt hier, in het atelier van beroepsfotograaf Braae uit het Deense Svendborg (Funen), geheel. We zien een groepje jonge dandy’s, piekfijn naar de laatste mode gekleed. De opstaande stijve boord overheerst, al is er ook een exemplaar richting vadermoorder (staande jongen rechts). Vier stropdassen, maar de jongen links draagt zijn kravat in een strik (wat er modieuzer was, durf ik niet te zeggen). Hij gunt ons een blik op zijn lichte vest. Opvallend zijn de witte, lage rijglaarzen van de twee zittende jongens. Die móest je hebben, gauw ermee vooraan gaan zitten natuurlijk. De ene schoen van de staande jongen links oogt afgetrapt en is verzoold... 


De jongen rechts vooraan is met zijn stekeltjeshaar ook goed bij de tijd; we schrijven augustus 1900, zoals de achterkant in potlood vermeldt. Het had de Deense componist Carl Nielsen geweest kunnen zijn, die ook deze haardracht (coiffure à la brosse) in zijn jongere jaren en lang daarna was toegedaan, ware het niet dat de vriend op het rotan tabouretje verder niet veel op Nielsen lijkt. Nielsen was bovendien meer op de Funense hoofdstad Odense ge-orienteerd.

Zijn het schoolvrienden? Confirmanten? Eindexamen gedaan? Ik schat ze 15-17 jaar, ouder niet. Maar met de ernst van volwassen mannen. Alleen het begin van een glimlach bij de middelste jongen. 

Foto geplakt op de standaard zogeheten kabinetkaart, ongeveer 10x16 cm. De achtergrond (een neergelaten doek) is van het gebruikelijke type: beschilderd met routineus getekende planten in een vaag gehouden tuin of landschap, waarin een stenen trap verder de hoogte en de diepte in leidt; vooraan rechts is nog wat smeedwerk geschilderd waarlangs enige plantengroei de weg opwaarts zoekt... 

Ik zal tzt een foto van betere kwaliteit leveren.

TWEE VROLIJKE JONGENS OP EEN KAR, MET HOND


Alweer een foto afkomstig van de knipgrage verkoper uit Denemarken. Ik moet zeggen: hij wist wel een aantal pareltjes uit zijn oude amateuralbums te snijden. 

De jongens (vriendjes of broertjes) zitten in hun goeie goed, compleet met stropdas, het is een verjaardag, of gewoon een zondag. Gympies bestonden al. De hond is een goeie sul, de jongens zijn goed met hem bevriend, gezien hun beider handbeweging naar zijn kop toe. Misschien is het wel een trekhond en trekt Fido door de week de kar... Maar voor een hondekar is deze wagen denk ik te groot. 

De foto is op het platteland genomen; we zien een gietijzeren stalraam en een staldeur. En toen was daar opeens die man met camera die opdook en vroeg of ze wilden lachen en de hond even aanhalen. Ja, zo! Even stilzitten hè... (Zie de gespannen hand van het linker jongetje.) Klaar! Een rondreizende fotograaf? Of was het een van de bezoekers binnen die de foto nam? Een welgestelde boer, een onderwijzer? 

Ik hou het op een rondtrekkende fotograaf; op zondag waren de mensen thuis, er werd niet op het land gewerkt of naar school gegaan, je kon veel mensen voor de lens krijgen. Ook is de foto slordig afgewerkt, met nog vlekken hier en daar van fotografische chemicaliën. Dit soort foto’s werden slecht gespoeld en verbruinden daardoor snel. Na een paar dagen stond het hele dorp in de etalage bij de købmand en konden de foto’s worden opgehaald. Na betaling uiteraard. De kruidenier blij, kreeg hij nog eens wat extra volk binnen ook.
 
Beeldformaat ong. 7x10 cm. Omstreeks 1920.